{ ILISA Instituto de Idiomas } { Costa Rica } { startpagina } { hulp en tips bij het gebruik van de website } { alles over Costa Rica } { inschrijven }
{ nieuws & kenmerken } { cursusaanbod } { accommodatie / huisvesting } { alles over ILISA } { reisvoorbereiding } { Club ILISA }

{ gezichten }

{ referenties }

{ informatie aanvragen }

{ tevredenheidsgarantie door ILISA }

 

{ Costa Rica's cultuur en geschiedenis }

Costa Rica: een rustige geschiedenis
Waarom heeft Costa Rica geen leger? Waarom zijn er meer leraren dan politieagenten? Is het werkelijk het Zwitserland van Centraal Amerika?

Er zijn een paar elementaire gebeurtenissen in de Costaricaanse geschiedenis die belangrijk zijn om te weten als u het land en de mensen wilt begrijpen. Er zijn lange en korte perioden geweest die effect hebben gehad op de Costaricaanse maatschappij van vandaag en de manier waarop Tico's denken over zichzelf en anderen.

  1. Pre-Columbiaans Costa Rica
  2. Costa Rica als kolonie
  3. Onafhankelijkheid
  4. William Walker en het Costaricaanse leger
  5. De United Fruit Company en de Atlantische Railweg
  6. Liberalisme in Costa Rica
  7. De burgeroorlog van 1948
  8. Geschiedenis vanaf 1948

Pre-Columbiaans Costa Rica
De verst ontwikkelde pre-Columbiaanse populatie in Costa Rica waren de Chorotegas wiens voorvaderen uit Mexico kwamen en naar het schiereiland Nicoya zijn geëmigreerd. Ze verlieten Mexico als vluchtende jagers (hun naam betekent eigenlijk 'vluchtende mensen'). De Chorotegas leefden in steden van wel 20.000 inwoners met pleinen, markten en heilige plekken. Het waren uitstekende boeren en ze gebruikten hun zaden ook wel als betaalmiddel. De vrouwen maakten keramiek, terwijl de mannen op het land werkten of oorlog voerden, een herhaaldelijk voorkomende gebeurtenis in deze tijd. De soldaten vochten om land en slaven te verkrijgen, die ook wel eens geofferd werden of in een vulkaan in de omgeving werden gegooid. Gelukkig maar dat er in een leven na de dood werd geloofd.

Deze Chorotegas zijn waarschijnlijk ook degenen geweest die de granieten speren hebben gemaakt die nog steeds in veel delen van het land te zien zijn. De artistieke vaardigheden van deze mensen zijn terug te vinden in veel werken van keramiek, gebeeldhouwde stenen figuurtjes en andere fijne figuren gemaakt van goud. Tegenwoordig ligt veel van de door hen gemaakte kunst in het Jade en Goud museum.

Costa Rica als kolonie
Christopher Columbus kwam tijdens zijn vierde en laatste reis aan wal in Costa Rica. Hij bestudeerde het land niet tot in de puntjes maar bracht wel meteen het positieve nieuws naar Spanje over al het goud dat te vinden zou zijn en over de aardige inheemse bevolking, wat andere avonturiers aanmoedigde ook naar Costa Rica te gaan.

Diego de Nicuesa deed de eerste poging om Costa Rica te veroveren (Veragua zoals Columbus het land noemde). Zijn missie faalde echter enorm: de inlanders langs de Atlantische Oceaan verbranden hun land met de gewassen vlak voor de naderende indringers het konden inpikken en daarnaast leidde uithongering en tropische ziekten ertoe dat maar de helft van de groep indringers overleefde. Nicuesa gaf de strijd op en Juan Vasques de Coronado begon een nieuwe poging om het land te veroveren en koos de centrale hooglanden uit om zich te settelen, in plaats van in het kustgebied. Hij stichtte in 1563 Cartago, dat hiermee de eerste hoofdstad van Costa Rica werd, en zo begon de Spaanse overheersing van het land.

In tegenstelling tot in andere kolonies waren er niet langer genoeg inzetbare werkkrachten. Dit kwam doordat de inheemse bevolking voorheen tientallen jaren in oorlog was en onder de ziektes hadden geleden die de Europeanen hadden meegebracht. Degenen die er nog leefden, leefden verspreid over het land. Het gebrek aan goud en andere waardevolle dingen die snel geëxploiteerd konden worden maakten dat het moederland snel de Costaricaanse kolonialisten vergaten en weigerden in hun toekomst te investeren. De Costaricanen moesten vanaf toen op het land werken om te overleven en waren genoodzaakt, in tegenstelling tot wat hun dromen waren, een hard werkend volk te worden.

De Costaricaanse bevolking groeide langzaam en op zichzelf, zonder veel invloeden van buitenaf. Na verloop van tijd werden er drie nieuwe steden gesticht in de Centrale Vallei: Cubujuqui (Heredia) in 1706, Villanueva de la Boca del Monte (San José) in 1737 en Villa Hermosa (Alajuela) in 1782.

Onafhankelijkheid
Op 15 september 1821 schonk Spanje de onafhankelijkheid aan haar Latijns-Amerikaanse kolonies. Het duurde een maand eer het nieuws vanuit Guatemala, het centrum van het Spaanse rijk, Costa Rica bereikte. Na een korte periode van interne conflicten, verklaarde Costa Rica zichzelf tot onafhankelijke staat en werd San José de nieuwe hoofdstad.

Juán Mora was een belangrijke man voor Costa Rica. Niet alleen omdat hij de eerste president van het land was, maar ook omdat hij zorgde dat er wegen en scholen werden gebouwd en dat de mensen die koffie wilden verbouwen daarvoor land kregen. Kleine boertjes werden aangemoedigd om koffie te verbouwen en de bonen te verkopen aan grotere en tevens rijkere boeren, die de bonen konden verwerken voor de export. Op deze manier ontstond er van beide zijden respect voor elkaar, respect dat sinds die tijd gebleven is.

Al snel werd koffie het belangrijkste exportproduct van Costa Rica. Omdat koffieplanten het best groeien in hogere delen van het land rond de Centrale Vallei, moesten er meer en betere wegen worden gebouwd om die gebieden te bereiken en om de koffie naar de havens te transporteren zodat het op de wereldmarkt kon worden verkocht. De welvaart die werd verkregen door de export van koffie betekende ook dat er vanuit het buitenland in het land geïnvesteerd ging worden. Ook kwamen er meer Europeanen die geld probeerden te verdienen. Rond 1850 was Costa Rica dan ook veranderd van een zelf voorzienende bestuurde kolonie in een zelfstandige staat beïnvloed door vele liberale Europese ideologieën.

William Walker en het Costaricaanse leger
William Walker was aanvankelijk een bruut die alle mogelijkheden van slavernij wilde uitbuiten ten behoeve van zijn vaderland de Verenigde Staten. Zijn tweede expeditie naar Latijns-Amerika was naar Nicaragua. Hij had twee hoofddoelen. Het eerste was Centraal Amerika veranderen in een land van slavernij en het bij het zuidelijke deel van de Verenigde Staten voegen. Zijn tweede doel was het veroveren van Nicaragua en het daar aanleggen van een kanaal van de oost- naar de westkust van het land. Hij faalde echter enorm met zijn deelname in de California Gold Rush van 1849, maar het toonde hem in ieder geval hoe moeilijk het was de grenzen van de Verenigde Staten te overschrijden om een mogelijk waardevol kanaal in een ander land aan te leggen: zijn plan was de rivier San Juan af te varen vanaf de Atlantische Oceaan tot aan het Meer van Nicaragua met 58 man. Dit lukte, totdat er honderden strijders kwamen. Deze strijders waren Costaricanen die Walker verdreven. Uiteindelijk hebben de Costaricanen deze strijd met ongeveer 2000 man gevoerd en gewonnen bij Rivas in Nicaragua. Walker en een aantal van zijn mannen hebben gedurende die strijd in een gebouw gescholen. Een Costaricaanse jongen, Juan Santamaria, wist dit en heeft het gebouw in brand gestoken. Tijdens deze actie is de jongen zelf omgekomen, maar het doden van een van de meest gehate Amerikanen uit die tijd heeft er wel toe geleid dat hij tot op de dag van vandaag zowel door de Costaricanen als door de Nicaraguanen als een nationale held wordt beschouwd.

The United Fruit Company en de Atlantische Spoorweg
Cooper Keith nam het project van de bouw van de Atlantische Spoorweg over, dat gestart was om de koffieplantages en de haven van Limón te verbinden. Zijn bedoeling was echter niet het exploiteren van koffie. In plaats daarvan gebruikte hij zijn macht tezamen met investeerders om de spoorweg te realiseren in ruil voor land waar bananen konden worden verbouwd. Voor de bouw van de spoorweg werden duizenden Jamaicanen, Italianen en Chinezen ingezet, wat een grote invloed betekende op het gezicht van de Costaricaanse populatie. De spoorweg was in 1890 klaar en tot 1970 was het de enige route van de Centrale Vallei naar Limón.

De Jamaicanen die op deze manier in Costa Rica waren gekomen begonnen op de bananenplantages te werken en zo werd het nieuwe land in gebruik genomen. Samen met een partner richtte Keith de United Fruit Company op, wat al snel een legendarische sociale, economische, politieke en agrarische macht werd in Costa Rica en in andere Latijns Amerikaanse landen. Costa Rica werd vrij snel 's werelds leidende bananenproducent.

Het bedrijf veranderde niet alleen voor altijd de Costaricaanse economie, maar het veranderde ook het gezicht van de sociale relaties. Keith en zijn bedrijf behandelden hun werknemers slecht en communisten uit San José organiseerden de werknemers om te staken tegen het bedrijf. Ze vroegen om regelmatige salarissen, vrije huisvesting, medische verzorging en een ongevallenverzekering en dwongen het bedrijf hiermee in te stemmen. De invloed van de socialisten heeft sinds deze gebeurtenis het land niet meer verlaten.

Liberalisme in Costa Rica
Het liberalisme in Costa Rica ontstond na een strijd tussen de conservatieve kerk en de liberaliserende staat. De bisschop van Costa Rica bekritiseerde de Europese ideeën die populair begonnen te worden binnen de elite en de politici van het land. In 1884 werd de bisschop uit het land verjaagd en er volgde een officiële aanklacht tegen de overeenkomst waarin stond dat het katholicisme de staatsreligie was. De publieke verontwaardiging was minimaal.

Het nieuwe liberalisme werd een feit toen er voor de eerste keer in de Costaricaanse geschiedenis echte openbare verkiezingen werden gehouden. De Liberalen waren echter verbaasd toen de oppositie enorme steun kreeg en hiermee werden de liberalen als het ware slachtoffer van de hervormingen die ze hadden ingevoerd. Toen de liberalen probeerden te voorkomen dat de nieuwe president erkend zou worden, gingen 10.000 mensen de straat op. De Costaricaanse burgers waren in ieder geval blij met hun nieuwe politieke macht. Sinds de eerste verkiezingen heeft de Costaricaanse democratie altijd stand gehouden.

De burgeroorlog van 1948
Rafael Angel Calderon was tussen 1940 en 1944 de legaal gekozen president van Costa Rica. Hij was sociaal gereformeerd en veel van zijn politieke beleid heeft positieve effecten gehad op Costa Rica. Hij richtte de Universiteit van Costa Rica op en stelde een hoop sociale hervormingen in zoals sociale veiligheid, het recht van werknemers zich te organiseren, landhervormingen, minimum salarissen en collectieve prijsafspraken. De problemen begonnen echter na zijn eerste termijn als president, toen hij een andere kandidaat (Teodoro Picado) gekozen liet worden en dat als fraude bekritiseerd werd. Met deze politieke maneuvre maakte hij veel vijanden bij voornamelijk de armen, die hem oorspronkelijk hadden gesteund.

In de verkiezingen daarna moest Calderon het opnemen tegen Otilio Ulate, die de verenigde oppostie vertegenwoordigde. Ulate won de verkiezingen met een kleine voorsprong en werd betwist door de overheid. De autoriteiten lieten Ulate niet toe in de regering en uiteindelijk was het Teodoro Picate die aan de macht bleef.

De oppositie werd gevormd door José Maria Figueres. Na 40 jaar burgeroorlog die meer dan 2000 mensen het leven kostte werd er een onderhandelingsverdrag getekend. Figueres werd voorlopig president. Hij bestuurde het land 18 maanden en in die periode voerde hij hele belangrijke veranderingen in de Costaricaanse geschiedenis uit, zoals afschaffing van de presidentiele herverkiezingen (na één termijn moet er een andere president gekozen worden), het verbod van communistische arbeiders verenigingen en partijen, afschaffing van het leger, het recht voor vrouwen en zwarte mensen om te gaan stemmen en de instelling van een neutrale partij die toeziet op het verloop van de verkiezingen. Alle sociale hervormingen die Calderon had ingevoerd werden behouden. In 1949 kwam het land onder leiding van Ulate, een rechtvaardige president.

Figueres werd twee keer tot president gekozen. Dat was mogelijk vanwege een wet die het toeliet dat de president herkozen kon worden mits het niet twee opeen volgende termijnen betrof. Hij is de enige persoon in de Costaricaande geschiedenis die dat gepresteerd heeft. Figueres wordt dan ook als een van de grootste politieke figuren van Costa Rica en als nationale held beschouwd.

Geschiedenis vanaf 1948
Costa Rica behield het sociaal progressieve politieke beleid gedurende drie decennia vanaf 1948 en genoot tegelijkertijd een opwaartse economische trend. Het beleid van de overheid in de jaren na 1970 was er één van een meer onafhankelijk agrarisch beleid, dat eigenlijk een afhankelijkheid betekende van importgoederen die nodig zijn voor het verbouwen van producten. Andere problemen werden veroorzaakt door de alsmaar dalende prijzen van de koffie, bananen en suiker. Ook had Costa Rica geld geleend om de infrastructuur te verbeteren en toen de lonen betaald moesten worden was er geen geld meer en werd de economie al snel een bende. Daarnaast werden de problemen nog eens vergroot door de instabiliteit van Nicaragua en Panama. De reputatie van Centraal America als een gebied met veel geweld en armoede zorgde ervoor dat veel investeringen niet doorgingen. Daarnaast had Costa Rica de status een van de rijkste derde wereld landen te zijn en dit bracht een grote stroom van immigranten van de twee buurlanden, wat betekende dat veel banen door immigranten bezet werden en geld zo het land uitstroomde.

Oscar Arias werd in 1986 als president gekozen. Een van zijn belangrijkste doelen was de vrede te waarborgen in Centraal Amerika. Zoals velen weten heeft hij hiervoor in 1987 de Nobelprijs voor de vrede gekregen. Veel Costaricanen hebben een verdeelde mening over het presidentschap van Arias in Costa Rica, maar zijn vredesonderhandelingen hebben zeker veel positief effect gehad op de uitstraling van Centraal Amerika. Veel Latijnsamerikanen waren blij dat de oorlogen die de regio verdeelden eindelijk voorbij waren en dat er de mogelijk was om een verenigde toekomst tegemoet te treden.

José Maria Figueres is een van de jongste presidenten in de geschiedenis. Hij werkte samen met een kleine elite, waarvan de meesten in het buitenland opgeleid experts waren en in Costa Rica belangrijke posten bezetten. Hij beloofde de armoedeproblemen op te lossen, maar dezelfde krachten die ervoor hebben gezord dat het land in economische malaise kwam, maakten dit niet mogelijk. Jarenlang is er geprobeerd 'structurele aanpassingsprogramma's' te implementeren, die aanbevolen waren door internationale instituten. Hoewel de werkloosheid relatief laag was, zorgde de privatisering van veel instellingen in de publieke sector en overheidsbezuinigingen voor de heftigste stakingen in de Costaricaanse geschiedenis.

De complete sociale en fysieke infrastructuur van het land werd alsmaar slechter en de armen in de steden en op het platteland voelden zich genegeerd. De kleine boeren voelden de druk van de rijke corporaties die zich toelegden op het verbouwen van één gewas en ook het verdwijnen van de Tico-economie en levensstijl. De huidige president, Miguel Angel Rodriguez werd halverwege 1998 gekozen en hij staat oog in oog met dezelfde uitdagingen als zijn voorganger. Het is duidelijk dat er dingen moeten veranderen, maar uiteraard gaat deze overgang moeizaam. Costa Rica wordt gezien als interessant testgebied voor de Latijnsamerikaanse economie omdat het de overstap gaat maken naar de moderne wereld.


home - Costa Rica - geschiedenis en cultuur