|
|
Costa Rica: een rustige geschiedenis Er zijn een paar elementaire gebeurtenissen in de Costaricaanse geschiedenis die belangrijk zijn om te weten als u het land en de mensen wilt begrijpen. Er zijn lange en korte perioden geweest die effect hebben gehad op de Costaricaanse maatschappij van vandaag en de manier waarop Tico's denken over zichzelf en anderen.
Pre-Columbiaans
Costa Rica Deze Chorotegas zijn waarschijnlijk ook degenen geweest die de granieten speren hebben gemaakt die nog steeds in veel delen van het land te zien zijn. De artistieke vaardigheden van deze mensen zijn terug te vinden in veel werken van keramiek, gebeeldhouwde stenen figuurtjes en andere fijne figuren gemaakt van goud. Tegenwoordig ligt veel van de door hen gemaakte kunst in het Jade en Goud museum. Costa
Rica als kolonie
Diego de Nicuesa deed de eerste poging om Costa Rica te veroveren (Veragua zoals Columbus het land noemde). Zijn missie faalde echter enorm: de inlanders langs de Atlantische Oceaan verbranden hun land met de gewassen vlak voor de naderende indringers het konden inpikken en daarnaast leidde uithongering en tropische ziekten ertoe dat maar de helft van de groep indringers overleefde. Nicuesa gaf de strijd op en Juan Vasques de Coronado begon een nieuwe poging om het land te veroveren en koos de centrale hooglanden uit om zich te settelen, in plaats van in het kustgebied. Hij stichtte in 1563 Cartago, dat hiermee de eerste hoofdstad van Costa Rica werd, en zo begon de Spaanse overheersing van het land. In tegenstelling tot in andere kolonies waren er niet langer genoeg inzetbare werkkrachten. Dit kwam doordat de inheemse bevolking voorheen tientallen jaren in oorlog was en onder de ziektes hadden geleden die de Europeanen hadden meegebracht. Degenen die er nog leefden, leefden verspreid over het land. Het gebrek aan goud en andere waardevolle dingen die snel geëxploiteerd konden worden maakten dat het moederland snel de Costaricaanse kolonialisten vergaten en weigerden in hun toekomst te investeren. De Costaricanen moesten vanaf toen op het land werken om te overleven en waren genoodzaakt, in tegenstelling tot wat hun dromen waren, een hard werkend volk te worden. De Costaricaanse bevolking groeide langzaam en op zichzelf, zonder veel invloeden van buitenaf. Na verloop van tijd werden er drie nieuwe steden gesticht in de Centrale Vallei: Cubujuqui (Heredia) in 1706, Villanueva de la Boca del Monte (San José) in 1737 en Villa Hermosa (Alajuela) in 1782. Onafhankelijkheid
Juán Mora was een belangrijke man voor Costa Rica. Niet alleen omdat hij de eerste president van het land was, maar ook omdat hij zorgde dat er wegen en scholen werden gebouwd en dat de mensen die koffie wilden verbouwen daarvoor land kregen. Kleine boertjes werden aangemoedigd om koffie te verbouwen en de bonen te verkopen aan grotere en tevens rijkere boeren, die de bonen konden verwerken voor de export. Op deze manier ontstond er van beide zijden respect voor elkaar, respect dat sinds die tijd gebleven is. Al snel werd koffie het belangrijkste exportproduct van Costa Rica. Omdat koffieplanten het best groeien in hogere delen van het land rond de Centrale Vallei, moesten er meer en betere wegen worden gebouwd om die gebieden te bereiken en om de koffie naar de havens te transporteren zodat het op de wereldmarkt kon worden verkocht. De welvaart die werd verkregen door de export van koffie betekende ook dat er vanuit het buitenland in het land geïnvesteerd ging worden. Ook kwamen er meer Europeanen die geld probeerden te verdienen. Rond 1850 was Costa Rica dan ook veranderd van een zelf voorzienende bestuurde kolonie in een zelfstandige staat beïnvloed door vele liberale Europese ideologieën. William
Walker en het Costaricaanse leger
The
United Fruit Company en de Atlantische Spoorweg De Jamaicanen die op deze manier in Costa Rica waren gekomen begonnen op de bananenplantages te werken en zo werd het nieuwe land in gebruik genomen. Samen met een partner richtte Keith de United Fruit Company op, wat al snel een legendarische sociale, economische, politieke en agrarische macht werd in Costa Rica en in andere Latijns Amerikaanse landen. Costa Rica werd vrij snel 's werelds leidende bananenproducent. Het bedrijf veranderde niet alleen voor altijd de Costaricaanse economie, maar het veranderde ook het gezicht van de sociale relaties. Keith en zijn bedrijf behandelden hun werknemers slecht en communisten uit San José organiseerden de werknemers om te staken tegen het bedrijf. Ze vroegen om regelmatige salarissen, vrije huisvesting, medische verzorging en een ongevallenverzekering en dwongen het bedrijf hiermee in te stemmen. De invloed van de socialisten heeft sinds deze gebeurtenis het land niet meer verlaten. Liberalisme
in Costa Rica
Het nieuwe liberalisme werd een feit toen er voor de eerste keer in de Costaricaanse geschiedenis echte openbare verkiezingen werden gehouden. De Liberalen waren echter verbaasd toen de oppositie enorme steun kreeg en hiermee werden de liberalen als het ware slachtoffer van de hervormingen die ze hadden ingevoerd. Toen de liberalen probeerden te voorkomen dat de nieuwe president erkend zou worden, gingen 10.000 mensen de straat op. De Costaricaanse burgers waren in ieder geval blij met hun nieuwe politieke macht. Sinds de eerste verkiezingen heeft de Costaricaanse democratie altijd stand gehouden. De
burgeroorlog van 1948
In de verkiezingen daarna moest Calderon het opnemen tegen Otilio Ulate, die de verenigde oppostie vertegenwoordigde. Ulate won de verkiezingen met een kleine voorsprong en werd betwist door de overheid. De autoriteiten lieten Ulate niet toe in de regering en uiteindelijk was het Teodoro Picate die aan de macht bleef. De oppositie werd gevormd door José Maria Figueres. Na 40 jaar burgeroorlog die meer dan 2000 mensen het leven kostte werd er een onderhandelingsverdrag getekend. Figueres werd voorlopig president. Hij bestuurde het land 18 maanden en in die periode voerde hij hele belangrijke veranderingen in de Costaricaanse geschiedenis uit, zoals afschaffing van de presidentiele herverkiezingen (na één termijn moet er een andere president gekozen worden), het verbod van communistische arbeiders verenigingen en partijen, afschaffing van het leger, het recht voor vrouwen en zwarte mensen om te gaan stemmen en de instelling van een neutrale partij die toeziet op het verloop van de verkiezingen. Alle sociale hervormingen die Calderon had ingevoerd werden behouden. In 1949 kwam het land onder leiding van Ulate, een rechtvaardige president. Figueres werd twee keer tot president gekozen. Dat was mogelijk vanwege een wet die het toeliet dat de president herkozen kon worden mits het niet twee opeen volgende termijnen betrof. Hij is de enige persoon in de Costaricaande geschiedenis die dat gepresteerd heeft. Figueres wordt dan ook als een van de grootste politieke figuren van Costa Rica en als nationale held beschouwd. Geschiedenis
vanaf 1948
Oscar Arias werd in 1986 als president gekozen. Een van zijn belangrijkste doelen was de vrede te waarborgen in Centraal Amerika. Zoals velen weten heeft hij hiervoor in 1987 de Nobelprijs voor de vrede gekregen. Veel Costaricanen hebben een verdeelde mening over het presidentschap van Arias in Costa Rica, maar zijn vredesonderhandelingen hebben zeker veel positief effect gehad op de uitstraling van Centraal Amerika. Veel Latijnsamerikanen waren blij dat de oorlogen die de regio verdeelden eindelijk voorbij waren en dat er de mogelijk was om een verenigde toekomst tegemoet te treden. José Maria Figueres is een van de jongste presidenten in de geschiedenis. Hij werkte samen met een kleine elite, waarvan de meesten in het buitenland opgeleid experts waren en in Costa Rica belangrijke posten bezetten. Hij beloofde de armoedeproblemen op te lossen, maar dezelfde krachten die ervoor hebben gezord dat het land in economische malaise kwam, maakten dit niet mogelijk. Jarenlang is er geprobeerd 'structurele aanpassingsprogramma's' te implementeren, die aanbevolen waren door internationale instituten. Hoewel de werkloosheid relatief laag was, zorgde de privatisering van veel instellingen in de publieke sector en overheidsbezuinigingen voor de heftigste stakingen in de Costaricaanse geschiedenis. De complete sociale en fysieke infrastructuur van het land werd alsmaar slechter en de armen in de steden en op het platteland voelden zich genegeerd. De kleine boeren voelden de druk van de rijke corporaties die zich toelegden op het verbouwen van één gewas en ook het verdwijnen van de Tico-economie en levensstijl. De huidige president, Miguel Angel Rodriguez werd halverwege 1998 gekozen en hij staat oog in oog met dezelfde uitdagingen als zijn voorganger. Het is duidelijk dat er dingen moeten veranderen, maar uiteraard gaat deze overgang moeizaam. Costa Rica wordt gezien als interessant testgebied voor de Latijnsamerikaanse economie omdat het de overstap gaat maken naar de moderne wereld.
|
||